Vervoeging van gelijklopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

gelijklopen
to run parallel, run next to each other
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop gelijk
Verleden tijd (ik)liep gelijk
Voltooid deelwoordgelijkgelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord gelijklopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop gelijk
jij loopt gelijk (inversie: loop gelijk jij)
u loopt gelijk
hij/zij/het loopt gelijk
wij lopen gelijk
jullie lopen gelijk
zij lopen gelijk

Verleden tijd

ik liep gelijk
jij liep gelijk
u liep gelijk
hij/zij/het liep gelijk
wij liepen gelijk
jullie liepen gelijk
zij liepen gelijk

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik gelijkloop
(dat) jij gelijkloopt
(dat) u gelijkloopt
(dat) hij/zij/het gelijkloopt
(dat) wij gelijklopen
(dat) jullie gelijklopen
(dat) zij gelijklopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik gelijkliep
(dat) jij gelijkliep
(dat) u gelijkliep
(dat) hij/zij/het gelijkliep
(dat) wij gelijkliepen
(dat) jullie gelijkliepen
(dat) zij gelijkliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop gelijk

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

gelijklopen

Gerundium

gelijklopen

Onvoltooid deelwoord

gelijklopend

Voltooid deelwoord

gelijkgelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.