Vervoeging van geeselen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

geeselen
obsolete spelling of geselen
weak
Tegenwoordige tijd (ik)geesel
Verleden tijd (ik)geeselde
Voltooid deelwoordgegeeseld
Volledige vervoeging van het werkwoord geeselen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik geesel
jij geeselt (inversie: geesel jij)
u geeselt
hij/zij/het geeselt
wij geeselen
jullie geeselen
zij geeselen

Verleden tijd

ik geeselde
jij geeselde
u geeselde
hij/zij/het geeselde
wij geeselden
jullie geeselden
zij geeselden

Gebiedende wijs

Imperatief

geesel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

geeselen

Gerundium

geeselen

Onvoltooid deelwoord

geeselend

Voltooid deelwoord

gegeeseld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.