to make/become ready (cooked)
Andere betekenissen: to collect, to gather
Tegenwoordige tijd (ik)gaar
Verleden tijd (ik)gaarde
Voltooid deelwoordgegaard
Volledige vervoeging van het werkwoord garen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik gaar
jij gaart (inversie: gaar jij)
u gaart
hij/zij/het gaart
wij garen
jullie garen
zij garen
Verleden tijd
ik gaarde
jij gaarde
u gaarde
hij/zij/het gaarde
wij gaarden
jullie gaarden
zij gaarden
Gebiedende wijs
Imperatief
gaar
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
garen
Gerundium
garen
Onvoltooid deelwoord
garend
Voltooid deelwoord
gegaard
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.