Vervoeging van gaggelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

gaggelen
to make a sharp, broken noise or cry, like a goose does; to cackle
weak
Tegenwoordige tijd (ik)gaggel
Verleden tijd (ik)gaggelde
Voltooid deelwoordgegaggeld
Volledige vervoeging van het werkwoord gaggelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik gaggel
jij gaggelt (inversie: gaggel jij)
u gaggelt
hij/zij/het gaggelt
wij gaggelen
jullie gaggelen
zij gaggelen

Verleden tijd

ik gaggelde
jij gaggelde
u gaggelde
hij/zij/het gaggelde
wij gaggelden
jullie gaggelden
zij gaggelden

Gebiedende wijs

Imperatief

gaggel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

gaggelen

Gerundium

gaggelen

Onvoltooid deelwoord

gaggelend

Voltooid deelwoord

gegaggeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.