Vervoeging van gaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

gaan
to go, to move from one place to another
irregular strong
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)ga
Verleden tijd (ik)ging
Voltooid deelwoordgegaan
Volledige vervoeging van het werkwoord gaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ga
jij gaat (inversie: ga jij)
u gaat
hij/zij/het gaat
wij gaan
jullie gaan
zij gaan

Verleden tijd

ik ging
jij ging
u ging
hij/zij/het ging
wij gingen
jullie gingen
zij gingen

Gebiedende wijs

Imperatief

ga

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

gaan

Gerundium

gaan

Onvoltooid deelwoord

gaand

Voltooid deelwoord

gegaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.