to frame (construct in words so as to establish a context for understanding or interpretation)
Tegenwoordige tijd (ik)frame
Verleden tijd (ik)framede
Voltooid deelwoordgeframed
Volledige vervoeging van het werkwoord framen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik frame
jij framet (inversie: frame jij)
u framet
hij/zij/het framet
wij framen
jullie framen
zij framen
Verleden tijd
ik framede
jij framede
u framede
hij/zij/het framede
wij frameden
jullie frameden
zij frameden
Gebiedende wijs
Imperatief
frame
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
framen
Gerundium
framen
Onvoltooid deelwoord
framend
Voltooid deelwoord
geframed
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.