Vervoeging van flansen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

flansen
to put together or to fix in an inferior or haphazard fashion
weak
Tegenwoordige tijd (ik)flans
Verleden tijd (ik)flanste
Voltooid deelwoordgeflanst
Volledige vervoeging van het werkwoord flansen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik flans
jij flanst (inversie: flans jij)
u flanst
hij/zij/het flanst
wij flansen
jullie flansen
zij flansen

Verleden tijd

ik flanste
jij flanste
u flanste
hij/zij/het flanste
wij flansten
jullie flansten
zij flansten

Gebiedende wijs

Imperatief

flans

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

flansen

Gerundium

flansen

Onvoltooid deelwoord

flansend

Voltooid deelwoord

geflanst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.