Vervoeging van flaneren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

flaneren
to loiter, to saunter around, especially in order to attract attention
weak
Tegenwoordige tijd (ik)flaneer
Verleden tijd (ik)flaneerde
Voltooid deelwoordgeflaneerd
Volledige vervoeging van het werkwoord flaneren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik flaneer
jij flaneert (inversie: flaneer jij)
u flaneert
hij/zij/het flaneert
wij flaneren
jullie flaneren
zij flaneren

Verleden tijd

ik flaneerde
jij flaneerde
u flaneerde
hij/zij/het flaneerde
wij flaneerden
jullie flaneerden
zij flaneerden

Gebiedende wijs

Imperatief

flaneer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

flaneren

Gerundium

flaneren

Onvoltooid deelwoord

flanerend

Voltooid deelwoord

geflaneerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.