Vervoeging van fiksen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

fiksen
to fix, to arrange, to get done
weak
Tegenwoordige tijd (ik)fiks
Verleden tijd (ik)fikste
Voltooid deelwoordgefikst
Volledige vervoeging van het werkwoord fiksen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik fiks
jij fikst (inversie: fiks jij)
u fikst
hij/zij/het fikst
wij fiksen
jullie fiksen
zij fiksen

Verleden tijd

ik fikste
jij fikste
u fikste
hij/zij/het fikste
wij fiksten
jullie fiksten
zij fiksten

Gebiedende wijs

Imperatief

fiks

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

fiksen

Gerundium

fiksen

Onvoltooid deelwoord

fiksend

Voltooid deelwoord

gefikst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.