Vervoeging van fijnhakken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

fijnhakken
to finely chop
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)hak fijn
Verleden tijd (ik)hakte fijn
Voltooid deelwoordfijngehakt
Volledige vervoeging van het werkwoord fijnhakken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hak fijn
jij hakt fijn (inversie: hak fijn jij)
u hakt fijn
hij/zij/het hakt fijn
wij hakken fijn
jullie hakken fijn
zij hakken fijn

Verleden tijd

ik hakte fijn
jij hakte fijn
u hakte fijn
hij/zij/het hakte fijn
wij hakten fijn
jullie hakten fijn
zij hakten fijn

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik fijnhak
(dat) jij fijnhakt
(dat) u fijnhakt
(dat) hij/zij/het fijnhakt
(dat) wij fijnhakken
(dat) jullie fijnhakken
(dat) zij fijnhakken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik fijnhakte
(dat) jij fijnhakte
(dat) u fijnhakte
(dat) hij/zij/het fijnhakte
(dat) wij fijnhakten
(dat) jullie fijnhakten
(dat) zij fijnhakten

Gebiedende wijs

Imperatief

hak fijn

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

fijnhakken

Gerundium

fijnhakken

Onvoltooid deelwoord

fijnhakkend

Voltooid deelwoord

fijngehakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.