to finely chop
Tegenwoordige tijd (ik)hak fijn
Verleden tijd (ik)hakte fijn
Voltooid deelwoordfijngehakt
Volledige vervoeging van het werkwoord fijnhakken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik hak fijn
jij hakt fijn (inversie: hak fijn jij)
u hakt fijn
hij/zij/het hakt fijn
wij hakken fijn
jullie hakken fijn
zij hakken fijn
Verleden tijd
ik hakte fijn
jij hakte fijn
u hakte fijn
hij/zij/het hakte fijn
wij hakten fijn
jullie hakten fijn
zij hakten fijn
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik fijnhak
(dat) jij fijnhakt
(dat) u fijnhakt
(dat) hij/zij/het fijnhakt
(dat) wij fijnhakken
(dat) jullie fijnhakken
(dat) zij fijnhakken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik fijnhakte
(dat) jij fijnhakte
(dat) u fijnhakte
(dat) hij/zij/het fijnhakte
(dat) wij fijnhakten
(dat) jullie fijnhakten
(dat) zij fijnhakten
Gebiedende wijs
Imperatief
hak fijn
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
fijnhakken
Gerundium
fijnhakken
Onvoltooid deelwoord
fijnhakkend
Voltooid deelwoord
fijngehakt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.