Vervoeging van fietsen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

fietsen
to ride or cycle a bicycle, to bike
weak
Tegenwoordige tijd (ik)fiets
Verleden tijd (ik)fietste
Voltooid deelwoordgefietst
Volledige vervoeging van het werkwoord fietsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik fiets
jij fietst (inversie: fiets jij)
u fietst
hij/zij/het fietst
wij fietsen
jullie fietsen
zij fietsen

Verleden tijd

ik fietste
jij fietste
u fietste
hij/zij/het fietste
wij fietsten
jullie fietsten
zij fietsten

Gebiedende wijs

Imperatief

fiets

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

fietsen

Gerundium

fietsen

Onvoltooid deelwoord

fietsend

Voltooid deelwoord

gefietst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.