Vervoeging van fecunderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

fecunderen
to make fertile, to fecundate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)fecundeer
Verleden tijd (ik)fecundeerde
Voltooid deelwoordgefecundeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord fecunderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik fecundeer
jij fecundeert (inversie: fecundeer jij)
u fecundeert
hij/zij/het fecundeert
wij fecunderen
jullie fecunderen
zij fecunderen

Verleden tijd

ik fecundeerde
jij fecundeerde
u fecundeerde
hij/zij/het fecundeerde
wij fecundeerden
jullie fecundeerden
zij fecundeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

fecundeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

fecunderen

Gerundium

fecunderen

Onvoltooid deelwoord

fecunderend

Voltooid deelwoord

gefecundeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.