Vervoeging van fatsoeneren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

fatsoeneren
to tidy up, make presentable
weak
Tegenwoordige tijd (ik)fatsoeneer
Verleden tijd (ik)fatsoeneerde
Voltooid deelwoordgefatsoeneerd
Volledige vervoeging van het werkwoord fatsoeneren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik fatsoeneer
jij fatsoeneert (inversie: fatsoeneer jij)
u fatsoeneert
hij/zij/het fatsoeneert
wij fatsoeneren
jullie fatsoeneren
zij fatsoeneren

Verleden tijd

ik fatsoeneerde
jij fatsoeneerde
u fatsoeneerde
hij/zij/het fatsoeneerde
wij fatsoeneerden
jullie fatsoeneerden
zij fatsoeneerden

Gebiedende wijs

Imperatief

fatsoeneer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

fatsoeneren

Gerundium

fatsoeneren

Onvoltooid deelwoord

fatsoenerend

Voltooid deelwoord

gefatsoeneerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.