Vervoeging van falen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

falen
to fail
weak
Tegenwoordige tijd (ik)faal
Verleden tijd (ik)faalde
Voltooid deelwoordgefaald
Volledige vervoeging van het werkwoord falen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik faal
jij faalt (inversie: faal jij)
u faalt
hij/zij/het faalt
wij falen
jullie falen
zij falen

Verleden tijd

ik faalde
jij faalde
u faalde
hij/zij/het faalde
wij faalden
jullie faalden
zij faalden

Gebiedende wijs

Imperatief

faal

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

falen

Gerundium

falen

Onvoltooid deelwoord

falend

Voltooid deelwoord

gefaald

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.