Vervoeging van extrapoleren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

extrapoleren
to extrapolate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)extrapoleer
Verleden tijd (ik)extrapoleerde
Voltooid deelwoordgeëxtrapoleerd
Volledige vervoeging van het werkwoord extrapoleren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik extrapoleer
jij extrapoleert (inversie: extrapoleer jij)
u extrapoleert
hij/zij/het extrapoleert
wij extrapoleren
jullie extrapoleren
zij extrapoleren

Verleden tijd

ik extrapoleerde
jij extrapoleerde
u extrapoleerde
hij/zij/het extrapoleerde
wij extrapoleerden
jullie extrapoleerden
zij extrapoleerden

Gebiedende wijs

Imperatief

extrapoleer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

extrapoleren

Gerundium

extrapoleren

Onvoltooid deelwoord

extrapolerend

Voltooid deelwoord

geëxtrapoleerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.