Vervoeging van evangeliseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

evangeliseren
to evangelise
weak
Tegenwoordige tijd (ik)evangeliseer
Verleden tijd (ik)evangeliseerde
Voltooid deelwoordgeëvangeliseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord evangeliseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik evangeliseer
jij evangeliseert (inversie: evangeliseer jij)
u evangeliseert
hij/zij/het evangeliseert
wij evangeliseren
jullie evangeliseren
zij evangeliseren

Verleden tijd

ik evangeliseerde
jij evangeliseerde
u evangeliseerde
hij/zij/het evangeliseerde
wij evangeliseerden
jullie evangeliseerden
zij evangeliseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

evangeliseer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

evangeliseren

Gerundium

evangeliseren

Onvoltooid deelwoord

evangeliserend

Voltooid deelwoord

geëvangeliseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.