Vervoeging van evacueren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

evacueren
to evacuate, to empty out
weak
Tegenwoordige tijd (ik)evacueer
Verleden tijd (ik)evacueerde
Voltooid deelwoordgeëvacueerd
Volledige vervoeging van het werkwoord evacueren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik evacueer
jij evacueert (inversie: evacueer jij)
u evacueert
hij/zij/het evacueert
wij evacueren
jullie evacueren
zij evacueren

Verleden tijd

ik evacueerde
jij evacueerde
u evacueerde
hij/zij/het evacueerde
wij evacueerden
jullie evacueerden
zij evacueerden

Gebiedende wijs

Imperatief

evacueer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

evacueren

Gerundium

evacueren

Onvoltooid deelwoord

evacuerend

Voltooid deelwoord

geëvacueerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.