Vervoeging van erupteren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

erupteren
to erupt, to break out
weak
Tegenwoordige tijd (ik)erupteer
Verleden tijd (ik)erupteerde
Voltooid deelwoordgeërupteerd
Volledige vervoeging van het werkwoord erupteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik erupteer
jij erupteert (inversie: erupteer jij)
u erupteert
hij/zij/het erupteert
wij erupteren
jullie erupteren
zij erupteren

Verleden tijd

ik erupteerde
jij erupteerde
u erupteerde
hij/zij/het erupteerde
wij erupteerden
jullie erupteerden
zij erupteerden

Gebiedende wijs

Imperatief

erupteer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

erupteren

Gerundium

erupteren

Onvoltooid deelwoord

erupterend

Voltooid deelwoord

geërupteerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.