Vervoeging van equiperen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

equiperen
to equip, to supply
weak
Tegenwoordige tijd (ik)equipeer
Verleden tijd (ik)equipeerde
Voltooid deelwoordgeëquipeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord equiperen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik equipeer
jij equipeert (inversie: equipeer jij)
u equipeert
hij/zij/het equipeert
wij equiperen
jullie equiperen
zij equiperen

Verleden tijd

ik equipeerde
jij equipeerde
u equipeerde
hij/zij/het equipeerde
wij equipeerden
jullie equipeerden
zij equipeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

equipeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

equiperen

Gerundium

equiperen

Onvoltooid deelwoord

equiperend

Voltooid deelwoord

geëquipeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.