Vervoeging van emigreren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

emigreren
to emigrate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)emigreer
Verleden tijd (ik)emigreerde
Voltooid deelwoordgeëmigreerd
Volledige vervoeging van het werkwoord emigreren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik emigreer
jij emigreert (inversie: emigreer jij)
u emigreert
hij/zij/het emigreert
wij emigreren
jullie emigreren
zij emigreren

Verleden tijd

ik emigreerde
jij emigreerde
u emigreerde
hij/zij/het emigreerde
wij emigreerden
jullie emigreerden
zij emigreerden

Gebiedende wijs

Imperatief

emigreer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

emigreren

Gerundium

emigreren

Onvoltooid deelwoord

emigrerend

Voltooid deelwoord

geëmigreerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.