Vervoeging van echapperen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

echapperen
to escape, to flee
weak
Tegenwoordige tijd (ik)echappeer
Verleden tijd (ik)echappeerde
Voltooid deelwoordgeëchappeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord echapperen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik echappeer
jij echappeert (inversie: echappeer jij)
u echappeert
hij/zij/het echappeert
wij echapperen
jullie echapperen
zij echapperen

Verleden tijd

ik echappeerde
jij echappeerde
u echappeerde
hij/zij/het echappeerde
wij echappeerden
jullie echappeerden
zij echappeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

echappeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

echapperen

Gerundium

echapperen

Onvoltooid deelwoord

echapperend

Voltooid deelwoord

geëchappeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.