Vervoeging van dwarszitten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

dwarszitten
to hinder, to impede
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zit dwars
Verleden tijd (ik)zat dwars
Voltooid deelwoorddwarsgezeten
Volledige vervoeging van het werkwoord dwarszitten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zit dwars
jij zit dwars
u zit dwars
hij/zij/het zit dwars
wij zitten dwars
jullie zitten dwars
zij zitten dwars

Verleden tijd

ik zat dwars
jij zat dwars
u zat dwars
hij/zij/het zat dwars
wij zaten dwars
jullie zaten dwars
zij zaten dwars

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik dwarszit
(dat) jij dwarszit
(dat) u dwarszit
(dat) hij/zij/het dwarszit
(dat) wij dwarszitten
(dat) jullie dwarszitten
(dat) zij dwarszitten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik dwarszat
(dat) jij dwarszat
(dat) u dwarszat
(dat) hij/zij/het dwarszat
(dat) wij dwarszaten
(dat) jullie dwarszaten
(dat) zij dwarszaten

Gebiedende wijs

Imperatief

zit dwars

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

dwarszitten

Gerundium

dwarszitten

Onvoltooid deelwoord

dwarszittend

Voltooid deelwoord

dwarsgezeten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.