Vervoeging van dwarsliggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

dwarsliggen
to hamper, to obstruct, to oppose implacably
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lig dwars
Verleden tijd (ik)lag dwars
Voltooid deelwoorddwarsgelegen
Volledige vervoeging van het werkwoord dwarsliggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lig dwars
jij ligt dwars (inversie: lig dwars jij)
u ligt dwars
hij/zij/het ligt dwars
wij liggen dwars
jullie liggen dwars
zij liggen dwars

Verleden tijd

ik lag dwars
jij lag dwars
u lag dwars
hij/zij/het lag dwars
wij lagen dwars
jullie lagen dwars
zij lagen dwars

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik dwarslig
(dat) jij dwarsligt
(dat) u dwarsligt
(dat) hij/zij/het dwarsligt
(dat) wij dwarsliggen
(dat) jullie dwarsliggen
(dat) zij dwarsliggen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik dwarslag
(dat) jij dwarslag
(dat) u dwarslag
(dat) hij/zij/het dwarslag
(dat) wij dwarslagen
(dat) jullie dwarslagen
(dat) zij dwarslagen

Gebiedende wijs

Imperatief

lig dwars

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

dwarsliggen

Gerundium

dwarsliggen

Onvoltooid deelwoord

dwarsliggend

Voltooid deelwoord

dwarsgelegen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.