Vervoeging van duizelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

duizelen
to be/make dizzy
weak
Tegenwoordige tijd (ik)duizel
Verleden tijd (ik)duizelde
Voltooid deelwoordgeduizeld
Volledige vervoeging van het werkwoord duizelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik duizel
jij duizelt (inversie: duizel jij)
u duizelt
hij/zij/het duizelt
wij duizelen
jullie duizelen
zij duizelen

Verleden tijd

ik duizelde
jij duizelde
u duizelde
hij/zij/het duizelde
wij duizelden
jullie duizelden
zij duizelden

Gebiedende wijs

Imperatief

duizel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

duizelen

Gerundium

duizelen

Onvoltooid deelwoord

duizelend

Voltooid deelwoord

geduizeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.