Vervoeging van droogleggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

droogleggen
to drain (water)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leg droog
Verleden tijd (ik)legde droog
Voltooid deelwoorddrooggelegd
Volledige vervoeging van het werkwoord droogleggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leg droog
jij legt droog (inversie: leg droog jij)
u legt droog
hij/zij/het legt droog
wij leggen droog
jullie leggen droog
zij leggen droog

Verleden tijd

ik legde droog
jij legde droog
u legde droog
hij/zij/het legde droog
wij legden droog
jullie legden droog
zij legden droog

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik droogleg
(dat) jij drooglegt
(dat) u drooglegt
(dat) hij/zij/het drooglegt
(dat) wij droogleggen
(dat) jullie droogleggen
(dat) zij droogleggen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik drooglegde
(dat) jij drooglegde
(dat) u drooglegde
(dat) hij/zij/het drooglegde
(dat) wij drooglegden
(dat) jullie drooglegden
(dat) zij drooglegden

Gebiedende wijs

Imperatief

leg droog

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

droogleggen

Gerundium

droogleggen

Onvoltooid deelwoord

droogleggend

Voltooid deelwoord

drooggelegd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.