to charge a cost for something, to pass a cost on someone, to bill
Tegenwoordige tijd (ik)reken door
Verleden tijd (ik)rekende door
Voltooid deelwoorddoorgerekend
Volledige vervoeging van het werkwoord doorrekenen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik reken door
jij rekent door (inversie: reken door jij)
u rekent door
hij/zij/het rekent door
wij rekenen door
jullie rekenen door
zij rekenen door
Verleden tijd
ik rekende door
jij rekende door
u rekende door
hij/zij/het rekende door
wij rekenden door
jullie rekenden door
zij rekenden door
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik doorreken
(dat) jij doorrekent
(dat) u doorrekent
(dat) hij/zij/het doorrekent
(dat) wij doorrekenen
(dat) jullie doorrekenen
(dat) zij doorrekenen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik doorrekende
(dat) jij doorrekende
(dat) u doorrekende
(dat) hij/zij/het doorrekende
(dat) wij doorrekenden
(dat) jullie doorrekenden
(dat) zij doorrekenden
Gebiedende wijs
Imperatief
reken door
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
doorrekenen
Gerundium
doorrekenen
Onvoltooid deelwoord
doorrekenend
Voltooid deelwoord
doorgerekend
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.