Vervoeging van doorrekenen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

doorrekenen
to charge a cost for something, to pass a cost on someone, to bill
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)reken door
Verleden tijd (ik)rekende door
Voltooid deelwoorddoorgerekend
Volledige vervoeging van het werkwoord doorrekenen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik reken door
jij rekent door (inversie: reken door jij)
u rekent door
hij/zij/het rekent door
wij rekenen door
jullie rekenen door
zij rekenen door

Verleden tijd

ik rekende door
jij rekende door
u rekende door
hij/zij/het rekende door
wij rekenden door
jullie rekenden door
zij rekenden door

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik doorreken
(dat) jij doorrekent
(dat) u doorrekent
(dat) hij/zij/het doorrekent
(dat) wij doorrekenen
(dat) jullie doorrekenen
(dat) zij doorrekenen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik doorrekende
(dat) jij doorrekende
(dat) u doorrekende
(dat) hij/zij/het doorrekende
(dat) wij doorrekenden
(dat) jullie doorrekenden
(dat) zij doorrekenden

Gebiedende wijs

Imperatief

reken door

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

doorrekenen

Gerundium

doorrekenen

Onvoltooid deelwoord

doorrekenend

Voltooid deelwoord

doorgerekend

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.