2 verschillende werkwoorden « doorlopen »:
doorlopen — to go through, to go from start to end · doorlopen — to keep going, to move on, to carry on,
to go through, to go from start to end
Tegenwoordige tijd (ik)doorloop
Verleden tijd (ik)doorliep
Voltooid deelwoorddoorlopen
Volledige vervoeging van het werkwoord doorlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik doorloop
jij doorloopt (inversie: doorloop jij)
u doorloopt
hij/zij/het doorloopt
wij doorlopen
jullie doorlopen
zij doorlopen
Verleden tijd
ik doorliep
jij doorliep
u doorliep
hij/zij/het doorliep
wij doorliepen
jullie doorliepen
zij doorliepen
Gebiedende wijs
Imperatief
doorloop
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
doorlopen
Gerundium
doorlopen
Onvoltooid deelwoord
doorlopend
Voltooid deelwoord
doorlopen
to keep going, to move on, to carry on, to continue
Tegenwoordige tijd (ik)loop door
Verleden tijd (ik)liep door
Voltooid deelwoorddoorgelopen
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik loop door
jij loopt door (inversie: loop door jij)
u loopt door
hij/zij/het loopt door
wij lopen door
jullie lopen door
zij lopen door
Verleden tijd
ik liep door
jij liep door
u liep door
hij/zij/het liep door
wij liepen door
jullie liepen door
zij liepen door
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik doorloop
(dat) jij doorloopt
(dat) u doorloopt
(dat) hij/zij/het doorloopt
(dat) wij doorlopen
(dat) jullie doorlopen
(dat) zij doorlopen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik doorliep
(dat) jij doorliep
(dat) u doorliep
(dat) hij/zij/het doorliep
(dat) wij doorliepen
(dat) jullie doorliepen
(dat) zij doorliepen
Gebiedende wijs
Imperatief
loop door
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
doorlopen
Gerundium
doorlopen
Onvoltooid deelwoord
doorlopend
Voltooid deelwoord
doorgelopen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.