Vervoeging van doorlaten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

doorlaten
to let through, to allow to pass
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)laat door
Verleden tijd (ik)liet door
Voltooid deelwoorddoorgelaten
Volledige vervoeging van het werkwoord doorlaten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik laat door
jij laat door
u laat door
hij/zij/het laat door
wij laten door
jullie laten door
zij laten door

Verleden tijd

ik liet door
jij liet door
u liet door
hij/zij/het liet door
wij lieten door
jullie lieten door
zij lieten door

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik doorlaat
(dat) jij doorlaat
(dat) u doorlaat
(dat) hij/zij/het doorlaat
(dat) wij doorlaten
(dat) jullie doorlaten
(dat) zij doorlaten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik doorliet
(dat) jij doorliet
(dat) u doorliet
(dat) hij/zij/het doorliet
(dat) wij doorlieten
(dat) jullie doorlieten
(dat) zij doorlieten

Gebiedende wijs

Imperatief

laat door

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

doorlaten

Gerundium

doorlaten

Onvoltooid deelwoord

doorlatend

Voltooid deelwoord

doorgelaten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.