to receive, to be relayed, to be notified of (a message)
Tegenwoordige tijd (ik)krijg door
Verleden tijd (ik)kreeg door
Voltooid deelwoorddoorgekregen
Volledige vervoeging van het werkwoord doorkrijgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik krijg door
jij krijgt door (inversie: krijg door jij)
u krijgt door
hij/zij/het krijgt door
wij krijgen door
jullie krijgen door
zij krijgen door
Verleden tijd
ik kreeg door
jij kreeg door
u kreeg door
hij/zij/het kreeg door
wij kregen door
jullie kregen door
zij kregen door
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik doorkrijg
(dat) jij doorkrijgt
(dat) u doorkrijgt
(dat) hij/zij/het doorkrijgt
(dat) wij doorkrijgen
(dat) jullie doorkrijgen
(dat) zij doorkrijgen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik doorkreeg
(dat) jij doorkreeg
(dat) u doorkreeg
(dat) hij/zij/het doorkreeg
(dat) wij doorkregen
(dat) jullie doorkregen
(dat) zij doorkregen
Gebiedende wijs
Imperatief
krijg door
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
doorkrijgen
Gerundium
doorkrijgen
Onvoltooid deelwoord
doorkrijgend
Voltooid deelwoord
doorgekregen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.