Vervoeging van doorgeven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

doorgeven
to pass on
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)geef door
Verleden tijd (ik)gaf door
Voltooid deelwoorddoorgegeven
Volledige vervoeging van het werkwoord doorgeven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik geef door
jij geeft door (inversie: geef door jij)
u geeft door
hij/zij/het geeft door
wij geven door
jullie geven door
zij geven door

Verleden tijd

ik gaf door
jij gaf door
u gaf door
hij/zij/het gaf door
wij gaven door
jullie gaven door
zij gaven door

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik doorgeef
(dat) jij doorgeeft
(dat) u doorgeeft
(dat) hij/zij/het doorgeeft
(dat) wij doorgeven
(dat) jullie doorgeven
(dat) zij doorgeven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik doorgaf
(dat) jij doorgaf
(dat) u doorgaf
(dat) hij/zij/het doorgaf
(dat) wij doorgaven
(dat) jullie doorgaven
(dat) zij doorgaven

Gebiedende wijs

Imperatief

geef door

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

doorgeven

Gerundium

doorgeven

Onvoltooid deelwoord

doorgevend

Voltooid deelwoord

doorgegeven

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.