Vervoeging van doorbrengen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

doorbrengen
to spend (time)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)breng door
Verleden tijd (ik)bracht door
Voltooid deelwoorddoorgebracht
Volledige vervoeging van het werkwoord doorbrengen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik breng door
jij brengt door (inversie: breng door jij)
u brengt door
hij/zij/het brengt door
wij brengen door
jullie brengen door
zij brengen door

Verleden tijd

ik bracht door
jij bracht door
u bracht door
hij/zij/het bracht door
wij brachten door
jullie brachten door
zij brachten door

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik doorbreng
(dat) jij doorbrengt
(dat) u doorbrengt
(dat) hij/zij/het doorbrengt
(dat) wij doorbrengen
(dat) jullie doorbrengen
(dat) zij doorbrengen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik doorbracht
(dat) jij doorbracht
(dat) u doorbracht
(dat) hij/zij/het doorbracht
(dat) wij doorbrachten
(dat) jullie doorbrachten
(dat) zij doorbrachten

Gebiedende wijs

Imperatief

breng door

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

doorbrengen

Gerundium

doorbrengen

Onvoltooid deelwoord

doorbrengend

Voltooid deelwoord

doorgebracht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.