Vervoeging van doodschieten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

doodschieten
to shoot dead
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)schiet dood
Verleden tijd (ik)schoot dood
Voltooid deelwoorddoodgeschoten
Volledige vervoeging van het werkwoord doodschieten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schiet dood
jij schiet dood
u schiet dood
hij/zij/het schiet dood
wij schieten dood
jullie schieten dood
zij schieten dood

Verleden tijd

ik schoot dood
jij schoot dood
u schoot dood
hij/zij/het schoot dood
wij schoten dood
jullie schoten dood
zij schoten dood

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik doodschiet
(dat) jij doodschiet
(dat) u doodschiet
(dat) hij/zij/het doodschiet
(dat) wij doodschieten
(dat) jullie doodschieten
(dat) zij doodschieten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik doodschoot
(dat) jij doodschoot
(dat) u doodschoot
(dat) hij/zij/het doodschoot
(dat) wij doodschoten
(dat) jullie doodschoten
(dat) zij doodschoten

Gebiedende wijs

Imperatief

schiet dood

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

doodschieten

Gerundium

doodschieten

Onvoltooid deelwoord

doodschietend

Voltooid deelwoord

doodgeschoten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.