Vervoeging van doceren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

doceren
to teach, to instruct
weak
Tegenwoordige tijd (ik)doceer
Verleden tijd (ik)doceerde
Voltooid deelwoordgedoceerd
Volledige vervoeging van het werkwoord doceren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik doceer
jij doceert (inversie: doceer jij)
u doceert
hij/zij/het doceert
wij doceren
jullie doceren
zij doceren

Verleden tijd

ik doceerde
jij doceerde
u doceerde
hij/zij/het doceerde
wij doceerden
jullie doceerden
zij doceerden

Gebiedende wijs

Imperatief

doceer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

doceren

Gerundium

doceren

Onvoltooid deelwoord

docerend

Voltooid deelwoord

gedoceerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.