Vervoeging van dichtlopen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

dichtlopen
to clog, become blocked
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)loop dicht
Verleden tijd (ik)liep dicht
Voltooid deelwoorddichtgelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord dichtlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik loop dicht
jij loopt dicht (inversie: loop dicht jij)
u loopt dicht
hij/zij/het loopt dicht
wij lopen dicht
jullie lopen dicht
zij lopen dicht

Verleden tijd

ik liep dicht
jij liep dicht
u liep dicht
hij/zij/het liep dicht
wij liepen dicht
jullie liepen dicht
zij liepen dicht

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik dichtloop
(dat) jij dichtloopt
(dat) u dichtloopt
(dat) hij/zij/het dichtloopt
(dat) wij dichtlopen
(dat) jullie dichtlopen
(dat) zij dichtlopen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik dichtliep
(dat) jij dichtliep
(dat) u dichtliep
(dat) hij/zij/het dichtliep
(dat) wij dichtliepen
(dat) jullie dichtliepen
(dat) zij dichtliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

loop dicht

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

dichtlopen

Gerundium

dichtlopen

Onvoltooid deelwoord

dichtlopend

Voltooid deelwoord

dichtgelopen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.