Vervoeging van dichtbinden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

dichtbinden
to tie up, to close by tying shut
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bind dicht
Verleden tijd (ik)bond dicht
Voltooid deelwoorddichtgebonden
Volledige vervoeging van het werkwoord dichtbinden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bind dicht
jij bindt dicht (inversie: bind dicht jij)
u bindt dicht
hij/zij/het bindt dicht
wij binden dicht
jullie binden dicht
zij binden dicht

Verleden tijd

ik bond dicht
jij bond dicht
u bond dicht
hij/zij/het bond dicht
wij bonden dicht
jullie bonden dicht
zij bonden dicht

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik dichtbind
(dat) jij dichtbindt
(dat) u dichtbindt
(dat) hij/zij/het dichtbindt
(dat) wij dichtbinden
(dat) jullie dichtbinden
(dat) zij dichtbinden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik dichtbond
(dat) jij dichtbond
(dat) u dichtbond
(dat) hij/zij/het dichtbond
(dat) wij dichtbonden
(dat) jullie dichtbonden
(dat) zij dichtbonden

Gebiedende wijs

Imperatief

bind dicht

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

dichtbinden

Gerundium

dichtbinden

Onvoltooid deelwoord

dichtbindend

Voltooid deelwoord

dichtgebonden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.