to dent
Tegenwoordige tijd (ik)deuk
Verleden tijd (ik)deukte
Voltooid deelwoordgedeukt
Volledige vervoeging van het werkwoord deuken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik deuk
jij deukt (inversie: deuk jij)
u deukt
hij/zij/het deukt
wij deuken
jullie deuken
zij deuken
Verleden tijd
ik deukte
jij deukte
u deukte
hij/zij/het deukte
wij deukten
jullie deukten
zij deukten
Gebiedende wijs
Imperatief
deuk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
deuken
Gerundium
deuken
Onvoltooid deelwoord
deukend
Voltooid deelwoord
gedeukt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.