Vervoeging van deugen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

deugen
to be good, well-behaved, moral, etc.
weak
Tegenwoordige tijd (ik)deug
Verleden tijd (ik)deugde
Voltooid deelwoordgedeugd
Volledige vervoeging van het werkwoord deugen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik deug
jij deugt (inversie: deug jij)
u deugt
hij/zij/het deugt
wij deugen
jullie deugen
zij deugen

Verleden tijd

ik deugde
jij deugde
u deugde
hij/zij/het deugde
wij deugden
jullie deugden
zij deugden

Gebiedende wijs

Imperatief

deug

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

deugen

Gerundium

deugen

Onvoltooid deelwoord

deugend

Voltooid deelwoord

gedeugd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.