to roar, to make a thunderous noise
Tegenwoordige tijd (ik)dender
Verleden tijd (ik)denderde
Voltooid deelwoordgedenderd
Volledige vervoeging van het werkwoord denderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik dender
jij dendert (inversie: dender jij)
u dendert
hij/zij/het dendert
wij denderen
jullie denderen
zij denderen
Verleden tijd
ik denderde
jij denderde
u denderde
hij/zij/het denderde
wij denderden
jullie denderden
zij denderden
Gebiedende wijs
Imperatief
dender
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
denderen
Gerundium
denderen
Onvoltooid deelwoord
denderend
Voltooid deelwoord
gedenderd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.