Vervoeging van delegeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

delegeren
to delegate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)delegeer
Verleden tijd (ik)delegeerde
Voltooid deelwoordgedelegeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord delegeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik delegeer
jij delegeert (inversie: delegeer jij)
u delegeert
hij/zij/het delegeert
wij delegeren
jullie delegeren
zij delegeren

Verleden tijd

ik delegeerde
jij delegeerde
u delegeerde
hij/zij/het delegeerde
wij delegeerden
jullie delegeerden
zij delegeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

delegeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

delegeren

Gerundium

delegeren

Onvoltooid deelwoord

delegerend

Voltooid deelwoord

gedelegeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.