Vervoeging van daarstellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

daarstellen
to represent
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stel daar
Verleden tijd (ik)stelde daar
Voltooid deelwoorddaargesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord daarstellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stel daar
jij stelt daar (inversie: stel daar jij)
u stelt daar
hij/zij/het stelt daar
wij stellen daar
jullie stellen daar
zij stellen daar

Verleden tijd

ik stelde daar
jij stelde daar
u stelde daar
hij/zij/het stelde daar
wij stelden daar
jullie stelden daar
zij stelden daar

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik daarstel
(dat) jij daarstelt
(dat) u daarstelt
(dat) hij/zij/het daarstelt
(dat) wij daarstellen
(dat) jullie daarstellen
(dat) zij daarstellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik daarstelde
(dat) jij daarstelde
(dat) u daarstelde
(dat) hij/zij/het daarstelde
(dat) wij daarstelden
(dat) jullie daarstelden
(dat) zij daarstelden

Gebiedende wijs

Imperatief

stel daar

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

daarstellen

Gerundium

daarstellen

Onvoltooid deelwoord

daarstellend

Voltooid deelwoord

daargesteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.