to represent
Tegenwoordige tijd (ik)stel daar
Verleden tijd (ik)stelde daar
Voltooid deelwoorddaargesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord daarstellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik stel daar
jij stelt daar (inversie: stel daar jij)
u stelt daar
hij/zij/het stelt daar
wij stellen daar
jullie stellen daar
zij stellen daar
Verleden tijd
ik stelde daar
jij stelde daar
u stelde daar
hij/zij/het stelde daar
wij stelden daar
jullie stelden daar
zij stelden daar
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik daarstel
(dat) jij daarstelt
(dat) u daarstelt
(dat) hij/zij/het daarstelt
(dat) wij daarstellen
(dat) jullie daarstellen
(dat) zij daarstellen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik daarstelde
(dat) jij daarstelde
(dat) u daarstelde
(dat) hij/zij/het daarstelde
(dat) wij daarstelden
(dat) jullie daarstelden
(dat) zij daarstelden
Gebiedende wijs
Imperatief
stel daar
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
daarstellen
Gerundium
daarstellen
Onvoltooid deelwoord
daarstellend
Voltooid deelwoord
daargesteld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.