Vervoeging van culmineren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

culmineren
to culminate, to reach one's highest altitude, to pass through the meridian
weak
Tegenwoordige tijd (ik)culmineer
Verleden tijd (ik)culmineerde
Voltooid deelwoordgeculmineerd
Volledige vervoeging van het werkwoord culmineren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik culmineer
jij culmineert (inversie: culmineer jij)
u culmineert
hij/zij/het culmineert
wij culmineren
jullie culmineren
zij culmineren

Verleden tijd

ik culmineerde
jij culmineerde
u culmineerde
hij/zij/het culmineerde
wij culmineerden
jullie culmineerden
zij culmineerden

Gebiedende wijs

Imperatief

culmineer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

culmineren

Gerundium

culmineren

Onvoltooid deelwoord

culminerend

Voltooid deelwoord

geculmineerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.