Vervoeging van conjugeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

conjugeren
synonym of vervoegen (“to conjugate”)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)conjugeer
Verleden tijd (ik)conjugeerde
Voltooid deelwoordgeconjugeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord conjugeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik conjugeer
jij conjugeert (inversie: conjugeer jij)
u conjugeert
hij/zij/het conjugeert
wij conjugeren
jullie conjugeren
zij conjugeren

Verleden tijd

ik conjugeerde
jij conjugeerde
u conjugeerde
hij/zij/het conjugeerde
wij conjugeerden
jullie conjugeerden
zij conjugeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

conjugeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

conjugeren

Gerundium

conjugeren

Onvoltooid deelwoord

conjugerend

Voltooid deelwoord

geconjugeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.