Vervoeging van concurreren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

concurreren
to compete
weak
Tegenwoordige tijd (ik)concurreer
Verleden tijd (ik)concurreerde
Voltooid deelwoordgeconcurreerd
Volledige vervoeging van het werkwoord concurreren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik concurreer
jij concurreert (inversie: concurreer jij)
u concurreert
hij/zij/het concurreert
wij concurreren
jullie concurreren
zij concurreren

Verleden tijd

ik concurreerde
jij concurreerde
u concurreerde
hij/zij/het concurreerde
wij concurreerden
jullie concurreerden
zij concurreerden

Gebiedende wijs

Imperatief

concurreer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

concurreren

Gerundium

concurreren

Onvoltooid deelwoord

concurrerend

Voltooid deelwoord

geconcurreerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.