Vervoeging van coïncideren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

coïncideren
to coincide, occur at the same time and place
weak
Tegenwoordige tijd (ik)coïncideer
Verleden tijd (ik)coïncideerde
Voltooid deelwoordgecoïncideerd
Volledige vervoeging van het werkwoord coïncideren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik coïncideer
jij coïncideert (inversie: coïncideer jij)
u coïncideert
hij/zij/het coïncideert
wij coïncideren
jullie coïncideren
zij coïncideren

Verleden tijd

ik coïncideerde
jij coïncideerde
u coïncideerde
hij/zij/het coïncideerde
wij coïncideerden
jullie coïncideerden
zij coïncideerden

Gebiedende wijs

Imperatief

coïncideer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

coïncideren

Gerundium

coïncideren

Onvoltooid deelwoord

coïnciderend

Voltooid deelwoord

gecoïncideerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.