Vervoeging van certificeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

certificeren
to certify, to provide with a certificate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)certificeer
Verleden tijd (ik)certificeerde
Voltooid deelwoordgecertificeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord certificeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik certificeer
jij certificeert (inversie: certificeer jij)
u certificeert
hij/zij/het certificeert
wij certificeren
jullie certificeren
zij certificeren

Verleden tijd

ik certificeerde
jij certificeerde
u certificeerde
hij/zij/het certificeerde
wij certificeerden
jullie certificeerden
zij certificeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

certificeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

certificeren

Gerundium

certificeren

Onvoltooid deelwoord

certificerend

Voltooid deelwoord

gecertificeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.