Vervoeging van cederen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

cederen
to cede, to hand over
weak
Tegenwoordige tijd (ik)cedeer
Verleden tijd (ik)cedeerde
Voltooid deelwoordgecedeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord cederen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik cedeer
jij cedeert (inversie: cedeer jij)
u cedeert
hij/zij/het cedeert
wij cederen
jullie cederen
zij cederen

Verleden tijd

ik cedeerde
jij cedeerde
u cedeerde
hij/zij/het cedeerde
wij cedeerden
jullie cedeerden
zij cedeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

cedeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

cederen

Gerundium

cederen

Onvoltooid deelwoord

cederend

Voltooid deelwoord

gecedeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.