Vervoeging van carpoolen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

carpoolen
to carpool; to share a car to save fuel, fuel costs, etc.
weak
Tegenwoordige tijd (ik)carpool
Verleden tijd (ik)carpoolde
Voltooid deelwoordgecarpoold
Volledige vervoeging van het werkwoord carpoolen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik carpool
jij carpoolt (inversie: carpool jij)
u carpoolt
hij/zij/het carpoolt
wij carpoolen
jullie carpoolen
zij carpoolen

Verleden tijd

ik carpoolde
jij carpoolde
u carpoolde
hij/zij/het carpoolde
wij carpoolden
jullie carpoolden
zij carpoolden

Gebiedende wijs

Imperatief

carpool

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

carpoolen

Gerundium

carpoolen

Onvoltooid deelwoord

carpoolend

Voltooid deelwoord

gecarpoold

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.