Vervoeging van canoniseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

canoniseren
to canonise, to adopt into a canon of authoritative texts or lore
weak
Tegenwoordige tijd (ik)canoniseer
Verleden tijd (ik)canoniseerde
Voltooid deelwoordgecanoniseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord canoniseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik canoniseer
jij canoniseert (inversie: canoniseer jij)
u canoniseert
hij/zij/het canoniseert
wij canoniseren
jullie canoniseren
zij canoniseren

Verleden tijd

ik canoniseerde
jij canoniseerde
u canoniseerde
hij/zij/het canoniseerde
wij canoniseerden
jullie canoniseerden
zij canoniseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

canoniseer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

canoniseren

Gerundium

canoniseren

Onvoltooid deelwoord

canoniserend

Voltooid deelwoord

gecanoniseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.