Vervoeging van buurten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

buurten
to visit a neighbour
weak
Tegenwoordige tijd (ik)buurt
Verleden tijd (ik)buurtte
Voltooid deelwoordgebuurt
Volledige vervoeging van het werkwoord buurten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik buurt
jij buurt
u buurt
hij/zij/het buurt
wij buurten
jullie buurten
zij buurten

Verleden tijd

ik buurtte
jij buurtte
u buurtte
hij/zij/het buurtte
wij buurtten
jullie buurtten
zij buurtten

Gebiedende wijs

Imperatief

buurt

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

buurten

Gerundium

buurten

Onvoltooid deelwoord

buurtend

Voltooid deelwoord

gebuurt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.