Vervoeging van bundelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bundelen
to bundle, to put together
weak
Tegenwoordige tijd (ik)bundel
Verleden tijd (ik)bundelde
Voltooid deelwoordgebundeld
Volledige vervoeging van het werkwoord bundelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bundel
jij bundelt (inversie: bundel jij)
u bundelt
hij/zij/het bundelt
wij bundelen
jullie bundelen
zij bundelen

Verleden tijd

ik bundelde
jij bundelde
u bundelde
hij/zij/het bundelde
wij bundelden
jullie bundelden
zij bundelden

Gebiedende wijs

Imperatief

bundel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bundelen

Gerundium

bundelen

Onvoltooid deelwoord

bundelend

Voltooid deelwoord

gebundeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.